Kunstverzamelaar en gelukszoeker op Stadseiland


Een blauwe Gios racefiets hangt pontificaal achter de eettafel aan de muur. Het is het meest in het oog springende kunstvoorwerp en gelijk het enige object in huis dat met regelmaat van zijn plek wordt gehaald voor een tochtje richting Posbank of Driel.


LOEP is op bezoek in het huis van Luuk van Geffen ( 37), oud-wethouder en raadslid van de SP in Arnhem. Samen met zijn vrouw Linda (39), zijn zonen Julian (10) en Maurits (8) en dochter Katelijne (6) bewoont Luuk een stadsherenhuis aan de Kea Boumanstraat in Stadseiland, onderdeel van Malburgen-Noord.



In 2007 kopen Luuk en Linda het huis. Tot dan wonen ze in een hofwoninkje in Klarendal, vroeger nog snoep- en schoenenzaak, maar ze verlangen naar meer ruimte als hun tweede zoon wordt geboren. “We wilden graag een huis met een tuin.” Daarnaast wil het stel genieten van het leven en niet vastzitten aan een hele dure hypotheek. In nieuwbouwwijk Stadseiland is beide mogelijk.

Luuk groeit op tussen de tuinders op het boerenland van Groessen. Als kind gaat hij naar de vrije school in Malburgen.“Ook mijn kinderen gaan nu naar diezelfde school. En we zitten hier nog betrekkelijk dicht bij de stad.”
Stadseiland is een gemêleerde wijk. “Maar het blijft een nieuwbouwwijk. Er zijn veel stellen die voor het eerst samen een woning betrekken, dat werkt soms niet en je ziet dan ook veel huizen te koop staan”, zegt Luuk. Er is een actieve bewonersvereniging die allerlei activiteiten organiseert. “Ieder jaar in maart is er een walking-dinner. Bij het ene gezin wordt het voorgerecht genuttigd, bij de volgende het hoofdgerecht en we sluiten af met een dessert bij tennisvereniging Malburgen.”




Luuks hobby’s zijn wielrennen en Italiaans koken maar zijn grote passie is hedendaagse kunst. Een aantal werken van zijn verzameling hangt in de woonkamer, de meeste kunst is echter verstopt op het toilet.




Daar vinden we werk van Sharon Gesthuizen, Tweede Kamerlid van de SP. Ernaast een  Klaas Gubbels en een vlieg uit Vancouver. Op de

andere wand een prachtige beer van Jaap Kroneman. Een kaartje met daarop de tekst: ‘mijn lievelingskleur is licht’ en een aandoenlijke zwart-wit foto van Luuks overgrootouders. “Mijn overgrootouders waren echte Arnhemmers. Ik was tweeënhalf toen mijn overgrootvader overleed. Hij ging nog in driedelig pak op de fiets naar zijn werk. Daar trok hij een overall aan en stapte de metaalwerkplaats in”, zegt Luuk met enige trots in zijn stem.
Het huis van Luuk en Linda is eigentijds modern, met duidelijk een eigen stijl. “Het is een beetje modern met klassiek”, vindt Luuk. “Ik houd wel van klassiek. Ook aan de buitenkant doet het huis denken aan oude herenhuizen door de doorlopende gevel.” In de woonkamer bracht Luuk hoge plinten aan als knipoog naar deze oude panden.
Linda en Luuk houden van Ikea tot Scandinavisch design. De muren in de woonkamer zijn wit.  “Ik ben niet van de kleurtjes op de muur. Dat is zo tijdelijk, daar ben ik zo op uitgekeken. Alleen in de slaapkamer hebben we een paarse muur.”





Luuk is trouw aan zijn inrichting, wat hem betreft blijft het zoals het is. “Ik laat me verrassen door mijn vrouw. Die zet de tafel en de bank regelmatig op een andere plek.” En omdat Luuk het zat was om de lamp steeds te verhangen, bedacht hij een ingenieus systeem waardoor hij niet iedere keer weer de ladder op hoeft. De lamp loopt in een gordijnrail aan het plafond en kan gemakkelijk in elke gewenste positie worden getrokken. “Ik heb er zeven jaar over gedaan om dit te bedenken”, zegt hij.

De bewoners hebben over het algemeen dezelfde smaak. “De grens ligt bij haar voor mijn smaak van kunst. Ik houd van extreme kunst die ook wat zegt.” Boven de piano hangt een afbeelding van een hert. “In eerste instantie vond mijn vrouw het een mooi hert en zei ze: ‘laat maar hangen’. Tot er een vriendin langskwam die zei: ‘wat is dat voor een gruwelijk hert met al die doodskoppen’. Die had ze er nog niet in gezien. Ik vind het prachtig. Het zegt iets over de manier waarop wij met onze dieren omgaan. Het is absurdistisch en weerspiegelt mooi de maatschappij.”

Dieren voeren de boventoon in de kunst in huis. Aan de wand achter de bank hangen twee reebokachtige objecten van Jochem Esser. “Jochem maakt bizarre dingen.”
De bewoner is niet alleen bewonderaar van kunst. In de keuken staat een Mariabeeld gebeeldhouwd uit een stuk perenboom. Luuk maakte het beeld toen hij achttien jaar oud was in Frankrijk. “Ik zag Maria meteen al in de knoest. De hangborsten van het beeld beginnen mijn kinderen nu op te vallen”, zegt hij lachend.




Aan de wand naast het espresso-apparaat hangt een echte Van Geffen met daarop twee fiatjes 500. “Ik heb helaas te weinig tijd om te schilderen.” De fiatjes staan voor zijn andere liefde: Italië. Luuk kookt, al zegt hij het zelf, aardig Italiaans. Hij werkte jaren in La Pentola aan de Steenstraat. De pasta in huize Van Geffen wordt met de hand gedraaid.

De bewoner somt nog een heimelijke passie op; het verzamelen van klavertjes vier. “Ik heb een boek vol”, zegt Luuk terwijl hij snel de trap op sprint om het te halen. “ Mijn  eerste klavertje vier vond ik toen ik twaalf jaar was bij mijn moeder in de tuin. In 2005 ben ik begonnen met verzamelen.” Bij ieder klavertje in het boek staat de vindplaats. Soms vindt hij er meerderen tegelijk op dezelfde plek. “Je moet er oog voor hebben. Als ik naar de stad fiets langs de dijk zie ik ze vanuit mijn ooghoek. Dan fiets ik terug om ze te plukken.”



Zijn eerste auto koopt Luuk in 1999. Een Alfa. “Toen ik zag dat er een klavertje vier op de auto stond, was ik meteen verkocht.”  Na een lange reis met de Alfa naar Italië, staat er tussen Luuks voeten bij het uitstappen op de camping weer een exemplaar. “Het hoort blijkbaar bij me, het is een van mijn tikken.”
 De geboorte van zijn dochter Katelijne noemt Luuk de mooiste herinnering aan het huis aan de Kea Boumanstraat. “Vooral de sfeer die er toen in huis hing. Het was zo gezellig en relaxed.” Luuk heeft altijd vader willen worden. “Het liefst had ik er vier gehad”, zegt hij glunderend.





Aan het huidige huis hoeft niet veel meer te worden gedaan of veranderd. Op het dak liggen zonnepanelen. “Om nog energiezuinger te zijn wil ik graag een zonneboiler en op zolder ga ik nog een glazen schuifpui maken, zodat de kamer van de jongens kan worden gesplitst.”



Luuk laat ons op de zolder zijn laatste klus zien. Voor allebei zijn zoons timmerde hij een kledingkast. Aan de wand ook hier weer een verwijzing naar Italië,  cafetières in verschillende grootte.


 “Misschien moet er iets minder Ikea in huis, daar hebben we nu wel genoeg van”, mompelt de bewoner als we terug naar beneden lopen.


Liefdevolle ‘tweede levens’ voor dode dieren



Slofjes van mollen, een vos als tas en een gracieus vliegende, zwarte zwaan gevuld met kostbare parels. Zomaar een greep uit de expositie Beauty of the Beast die momenteel te zien is in Museum Arnhem.


LOEP ging nieuwsgierig maar ook een beetje bevreesd op stap. We zijn altijd in voor nieuwe ervaringen, maar de opgezette vos die je altijd zo eng aankeek in die bruine kroeg of het reetje in het huis van opa en oma staan ons nog helder voor de geest als we het museum betreden.

Waar we een paar jaar geleden nog gruwden van het dragen van bont, is tegenwoordig het gebruik van opgezette dieren weer helemaal hip en trendy in interieur, media en kunst. “Vooral in Groot-Brittannië is taxidermie, opgezette dieren, hot. De cursussen in Londen zijn volgeboekt en op internet zijn zelfs doe-het-yourself kits verkrijgbaar”, zegt Eveline Holsappel. Voor Eveline, samenstelster van de expositie en conservator toegepaste kunst en vormgeving van het museum, was deze trend aanleiding onderzoek te doen naar het gebruik ervan in sieraden.  Het museum in Arnhem kent immers een grote sieradencollectie.
In de expositie Beauty of the Beast, waar Eveline twee jaar aan werkte, wordt werk getoond van internationale ontwerpers en kunstenaars die de verbinding leggen tussen taxidermie, sieraden en beeldende kunst.


Er zijn draagbare ontwerpen te zien, zoals sieraden, broches, tassen,  maar ook sculpturaal en autonoom  werk.  “Ik heb ingespeeld op de hang naar het ambachtelijke, naar vakmanschap en authenticiteit”, legt Eveline uit.
In alle accessoires, sieraden en installaties die tentoongesteld zijn, zijn dieren verwerkt. Maar gelukkig: geen moordpartijen omwille van de kunst. “Wat alle kunstenaars aan deze expositie bindt, is hun liefde voor de natuur”, benadrukt Eveline. “De dieren die ze verwerken waren al dood.” Ze zijn gedood in het verkeer, restafval uit de vleesverwerking of gedood ongedierte. Dat stelt ons van LOEP al een beetje gerust.
In de eerste zaal van de drie zalen tellende expositie herkennen wij meteen de hand van de Arnhemse ontwerper Lenneke Wispelwey. Zij ontwierp de vormgeving van de tentoonstelling. “Lenneke heeft zelf opgezette beesten in haar winkel, ze houdt van dieren, ik ben fan van haar kleurgebruik en ik werk graag met jonge Arnhemse vormgevers”, verklaart Eveline de keuze voor Lenneke.


In de in typische Lenneke kleur, Histor Deep Ocean, omgedoopte zaal staan of liggen onder glazen stolpen curieuze creaturen.  Het is de ‘wunderkammer’. Verschillende dieren krijgen hier een ‘nieuw leven’.  Zo wordt een overleden kat een tas, eendagskuikens een muts en zien we mollen terug als slofjes.

Het is grappig om te ervaren dat we gewoon kunnen genieten van de kunstwerken onder de stolpen, ook al zijn het dode beesten. We blijven kijken en worden naarmate we meer zien steeds enthousiaster. 
Onder een van de stolpen ligt een bijzonder stel oorbellen met kolibrie kopjes, gemaakt door het Engelse Ward & Co rond 1890. De vrouwen pasten in die tijd al dierlijke versieringen toe in hun kleding. Jurken werden versierd met kevers en kleurige veren en ook in sieraden werden dierlijke elementen gebruikt.


We gaan even terug naar de tijd van Alice in Wonderland bij het zien van een broche van een konijnenkop van het Nederlandse duo Afke Golsteijn en Floris Bakker, alias Idiots.
Ook de bustehouder van Emily Valentine kan ons bekooren. Tijdens een vakantie vergat een vriendin van Emily die op haar twee grasparkieten paste de kooi van de vogels binnen te zetten. De beesten overleefden de koude nacht niet. Emily vroeg haar de vogels in de vriezer te leggen. Na thuiskomst liet ze de vogels prepareren en maakte ze er een bh van. Niet draagbaar maar wel erg kleurrijk.

Griezelen is het wel bij de tas van Reid Peppard. Van een vos maakte deze kunstenaar een handtas, de tanden gegoten in zilver, de ogen vervangen door topaas, de poten bijeengebonden. Snel buigen we ons over de paddentas ernaast.
Het is intrigerend om te zien met hoeveel liefde er iets heel moois is gemaakt van de dode beesten. Met zorg en aandacht zijn de beesten omgeturnd in prachtige objecten.


In de tweede, roze met gouden zaal, liggen draagbare sieraden. De ontwerpers gebruikten dierlijke materialen. Van de Nederlandse Christel Verdaasdonk ligt er de broche Crown of Thorns. Voor de broche gebruikte de ontwerpster twee putters, kleine vogeltjes met opvallend rode veren op hun kop.  “Volgens een legende trok een putter een doorn uit het hoofd van  Jezus”, vertelt Eveline. Daarbij kwam een druppel bloed op het kopje van de vogel terecht. In de broche wordt verwezen naar de moedige daad van de vogeltjes.



De schoonheid van het dier is voor veel kunstenaars aan de expositie het uitgangspunt. Maar ook thema’s als vergankelijkheid, de grens tussen fantasie en realiteit en milieuproblematiek zien we terug in bijvoorbeeld de laatste zaal. Hier werken van kunstenaars die materialen die verwant zijn aan het sieraad gebruiken.


Zo is er een vogel te zien van Kelly McCallum staande op een schedel. In de vogel zijn horloge-onderdelen verwerkt. De kwetsbaarheid van het leven komt hier mooi tot uitdrukking. De tijdelijkheid wordt extra benadrukt door de uurwerkonderdelen.


We staan oog in oog met een ijsbeer. Door een raampje in zijn buik zien we een zeelandschap. Aan het plafond hangt een
zwarte zwaan van het duo Idiots gevuld met kostbare parels. De pracht en praal komt
pas tevoorschijn na het doormidden snijden van het dier. Het doet sprookjesachtig aan maar heeft ook iets gruwelijks.
Dat geldt ook voor het vosje van McCallum waar gouden maden uit de oren kruipen. Het vosje van Mattsson wat naar zijn eigen spiegelbeeld kijkt, is daarentegen weer aandoenlijk om te zien. Zo buitelen gevoelens over elkaar heen tijdens dit bezoek.




Onder de indruk van wat we gezien hebben, wacht in de koepelzaal van het museum het pronkstuk van de tentoonstelling. De sculptuur Gyre van Kate MccGwire. Maar liefst 20.000 kraaienveren verwerkte de Britse in dit indrukwekkende meterslange object. Het kronkelt de zaal in en van bovenaf hangend over de ballustrade laten we onze fantasie de vrije loop.

Beauty of the Beast inspireert, is prachtig, griezelig,
confronterend en bijzonder tegelijk. Maar zeker het bezoeken waard.